Economie

Eeuwenlang was de Roemeense economie gebaseerd op landbouw. In de jaren dertig was Roemenië een van de belangrijkste Europese producenten van tarwe, maïs en vlees en het werd vroeger 'de broodmand van Europa' genoemd. In de jaren vijftig begon de communistische leider van Roemenië, Gheorghe Gheorghiu Dej, de zware industrie te ontwikkelen.

Sinds de jaren zeventig is er een verschuiving naar zware industrieën, maar de landbouw is nog steeds economisch belangrijk en biedt werk aan ongeveer een derde van de beroepsbevolking.

Roemenië produceert steenkool, aardgas, ijzererts en aardolie, maar de meeste grondstoffen voor het grote industriële capaciteitspotentieel van het land worden geïmporteerd. Prominente industrieën zijn onder meer chemie (petrochemie, verven en vernissen), metaalverwerking, machinebouw, industriële en transportapparatuur, textiel, gefabriceerde consumptiegoederen, houtbewerking en meubels.

39,2% van het Roemeense grondgebied is bouwland, 28% bossen, 21% weilanden, hooilanden en boomgaarden en 2,5% wijngaarden. Maïs, tarwe, plantaardige oliezaden, groenten, appels en druiven voor wijn zijn de belangrijkste gewassen en schapen en varkens het belangrijkste vee. Bosbouw en visserij worden ontwikkeld in het kader van langetermijnprogramma's. Sinds 1990 hebben opeenvolgende regeringen zich geconcentreerd op het veranderen van Roemenië in een markteconomie.

Roemeens Centrum voor Buitenlandse Handel

Kamer van Koophandel en Fabrieken van Roemenië